Categories Keuzehulp

Keuzehulp

Keuzehulp voor telescopen

In onze webshop vindt u telescopen in alle soorten en maten en voor allerlei toepassingen. Het zijn er zoveel dat het lastig kan zijn om een goede keuze te maken, helemaal als u een startende sterrenkijker bent! Om die keuze wat te vergemakkelijken hebben wij van Ganymedes deze keuzehulp opgesteld. In deze keuzehulp zullen wij u uitleggen welke basistypen telescopen er precies zijn, en wat voor specifieke voor- en nadelen zij hebben. Daarnaast zullen wij een aantal basisprincipes en veel van het "jargon" proberen uit te leggen. Als u in de onderstaande tekst een woord ziet dat onderstreept is, dan kunt u op dat woord klikken om een directe uitleg omtrent de betreffende term te krijgen. Mocht u ondanks deze keuzehulp nog steeds moeite hebben met uw keuze, schroom dan niet en neem contact met ons op, wij helpen u graag verder.

Als u direct over wilt gaan tot het maken van een keuze, dan kunt u direct naar de telescoop snelkeuze gaan, of direct naar de montering snelkeuze gaan.


Inhoud

  1. Algemene begrippen, dingen die u echt moet weten
    1. Opening
    2. Brandpuntsafstand
    3. Vergroting
    4. F-getal (Openingsverhouding)
    5. Scheidend vermogen
    6. Grensmagnitude
    7. Afkoelen
    8. Montering
    9. Coatings
      1. StarBright XLT en UHTC
      2. Multicoated
      3. Fully multicoated
  2. Telescoop typen
    1. Refractors (lenzentelescopen)
      1. Voordelen, nadelen en toepassingsgebieden van refractors
      2. Directe links naar refractor telescopen in de Ganymedes webshop
    2. Reflectors (spiegeltelescopen)
      1. Voordelen, nadelen en toepassingsgebieden van reflectors
      2. Directe links naar reflector telescopen in de Ganymedes webshop
    3. Catadioptrisch (combinatie van lenzen en spiegels)
      1. Voordelen, nadelen en toepassingsgebieden van catadioptrische telescopen
      2. Directe links naar catadioptrische telescopen in de Ganymedes webshop
  3. Montering typen
    1. Altitude-Azimutale montering (AltAz)
      1. Voordelen, nadelen en toepassingsgebieden van AltAz monteringen
    2. Equatoriale montering (EQ)
      1. Voordelen, nadelen en toepassingsgebieden van equatoriale monteringen
    3. Dobson montering
      1. Voordelen, nadelen en toepassingsgebieden van dobson monteringen
    4. GOTO monteringen
      1. Voordelen, nadelen en toepassingsgebieden van GOTO monteringen
  4. Optische afwijkingen
    1. Chromatische aberratie
    2. Coma
  5. Snelkeuze matrix


Algemene begrippen, dingen die u echt moet weten

(stap terug)
Telescopen zijn optische instrumenten, daarom komen veel van de termen omtrent telescopen voort uit de optica. Vaak zijn het moeilijke woorden voor dingen die uiteindelijk helemaal niet zo complex blijken. Toch zijn ze erg belangrijk in het maken van een goede keuze. Daarom zullen wij in deze sectie de meest voorkomende begrippen omtrent telescopen proberen uit te leggen.

Opening

(stap terug)
De meest belangrijke eigenschap van een telescoop is zijn vermogen om licht te verzamelen. Dit vermogen wordt hoofdzakelijk bepaald door de diameter van de telescoop, ook wel "opening" genoemd. Hoe groter de opening, hoe meer licht er verzameld kan worden.



Wanneer men kijkt naar sterren, nevels of sterrenstelsels dan is het heel belangrijk dat er zoveel mogelijk licht opgevangen wordt. Zwakkere hemelobjecten kunnen in telescopen met kleinere openingen namelijk onzichtbaar zijn, ongeacht de mate van vergroting die wordt toegepast! De relatie tussen de diameter van een telescoop en zijn vermogen om licht te verzamelen is geen evenredige verhouding. Als de diameter toeneemt, dan neemt het lichtverzamelingsvermogen kwadratisch toe! Dus als u de opening van een telescoop twee keer zo groot maakt, dan vangt hij vier keer zoveel licht!

Brandpuntsafstand

(stap terug)
Het brandpunt (of focus) van een lens of spiegel, is de plaats waar de stralen van een ver verwijderde lichtbron (lichtstralen die dus parallel lopen) na breking door een lens of reflectie van een spiegel samenkomen (convergeren). De afstand tussen het midden van de lens of spiegel en het zo bepaalde brandpunt heet de brandpuntsafstand, vaak aangeduid met de kleine letter "f".

Omdat niet alleen het zichtbare licht, maar ook infrarood (warmtestraling) door een lens of spiegel wordt gebundeld, wordt het in het brandpunt erg heet als men een afbeelding van de zon maakt; hieraan ontleend het brandpunt zijn naam. Overigens wisselt de brandpuntsafstand voor de meeste lenzen enigszins met de gebruikte golflengte – de oorzaak van het verschijnsel "chromatische aberratie".

Vergroting

(stap terug)
Vaak wordt in allerlei advertenties opgeschept over enorme vergrotingen van wel honderden keren. Echter zegt de maximale vergroting niet zoveel over de kwaliteit of bruikbaarheid van een telescoop. In heel veel gevallen is een hoge vergroting juist helemaal niet gewenst! Een object zoals bijvoorbeeld de Orionnevel, beslaat een dusdanig groot deel van de hemel dat hij alleen in zijn totaal zichtbaar is bij lage vergrotingen. Met een vergroting van meer dan 50x kijkt u letterlijk dwars door de nevel heen. Hoge vergrotingen worden met name toegepast bij het bekijken van planeten of bolvormige sterrenhopen. Bij dergelijke objecten is een hoge vergroting nodig om details te kunnen onderscheiden.

De vergroting van een telescoop wordt bepaald door de brandpuntsafstand van de lens of spiegel en de brandpuntsafstand van het gebruikte oculair. Een oculair heeft net als een telescoop een brandpuntsafstand, die ook in millimeters wordt uitgedrukt (3mm, 5mm, 10mm, 25mm, enz.). De totale vergroting van een telescoop/oculair combinatie berekent u door de brandpuntsafstand van de telescoop te delen door de brandpuntsafstand van het oculair. Een telescoop met een brandpuntsafstand van 1000mm zal in combinatie met een oculair met een brandpuntsafstand van 20mm een vergroting geven van 50x (1000/20).

De maximale zinvolle vergroting van een telescoop is wederom sterk afhankelijk van de opening, hoe groter de opening, hoe hoger de zinvolle vergroting. Een goede vuistregel voor de maximale zinvolle vergroting is de opening in millimeters te verdubbelen. De maximale zinvolle vergroting van een telescoop met een opening van 80mm is dus 160x. Als je verder vergroot dan de maximale zinvolle vergroting, dan gaat de kwaliteit van het beeld snel achteruit.

F-getal (Openingsverhouding)

(stap terug)
De lichtsterkte van een telescoop wordt ook wel aangeduid met de hoofdletter "F", het F-getal. Het F-getal is de verhouding van de opening van een telescoop ten opzichte van zijn brandpuntsafstand. Het F-getal is het resultaat van de deling van de brandpuntsafstand door de opening. Een telescoop met een opening van 200mm en een brandpuntsafstand van 1000mm, heeft een F-getal van (1000mm/200mm =) 5. Deze telescoop wordt dan een "F5" genoemd. Hoe lager het F-getal is, hoe helderder het beeld wat de telescoop geeft. Hoe lager de openingsverhouding van een telescoop (en dus hoe gedrongener de telescoop), hoe groter de snelheid is waarmee een beeld van een hemelobject kan worden vastgelegd. Daarom worden telescopen met een laag F-getal vaak "snel" genoemd. Het lijkt erop dat een zo laag mogelijk F-getal het meest ideaal is. Tot op zekere hoogte is dat ook zo, maar een te laag F-getal zorgt weer voor problemen. Zo werkt een laag F-getal bij refractors de optische afwijking "chromatische aberratie" en bij reflectors de optische afwijking "coma" in de hand. De kunst is om het F-getal zo laag mogelijk te krijgen en de optische afwijkingen zo acceptabel mogelijk te houden.

Scheidend vermogen

(stap terug)
Scheidend vermogen is het vermogen van een telescoop om fijne details te tonen, een soort resolutie. Hogere resoluties stellen u in staat om meer details te zien op het oppervlakte van een planeet, of sterren die erg dicht bij elkaar staan van elkaar te onderscheiden. Scheidend vermogen wordt uitgedrukt in graden (°), boogminuten (') en boogseconden ("). Een graad is een 360ste deel van een cirkel, een graad bestaat vervolgens weer uit 60 boogminuten en een boogminuut bestaat weer uit 60 boogseconden. Een object dat dus een breedte van 1 graad heeft aan de hemel, is dus 60 boogminuten breed, oftewel 3600 boogseconden breed (60x60). Iets wat dus 1 boogseconde breed is aan de hemel is echt erg klein! Als een telescoop twee sterren uit elkaar kan houden die maximaal 1,5 boogseconde van elkaar af staan, dan heeft de telescoop een scheidend vermogen van 1,5 boogseconden (1,5"). Het scheidend vermogen wordt voornamelijk bepaald door de opening van de telescoop. Hoe groter de opening, hoe groter het scheidend vermogen en dus hoe dichter objecten bij elkaar kunnen staan en de telescoop ze toch nog kan onderscheiden.

Grensmagnitude

(stap terug)
Astronomen gebruiken een systeem van "magnitudes" om de helderheid van sterren en andere hemelobjecten in uit te drukken. Elk hemelobject heeft een bepaald helderheidgetal (magnitude) ten opzichte van het basisgetal 0 (de helderheid van Vega). Hoe hoger de magnitude, hoe zwakker het object straalt. Elke magnitude verschilt een factor 2,51 in helderheid, een ster met magnitude 1 straalt dus 2,51 zo fel als een ster met magnitude 2. Een ster met magnitude 5 straalt dus 100x zwakker dan Vega! De zwakste sterren die je met het blote oog kunt zien zijn ongeveer van magnitude 6 (maar dan moet je echt een heel donkere hemel hebben). Er zijn ook sterren die een negatieve magnitude hebben, bijvoorbeeld de ster Sirius, die is magnitude -1,46 (de man die de magnitudeschaal heeft uitgevonden had zich vergist in de lichtsterkte van Sirius). Sirius is dus nog helderder dan Vega.

De zwakste ster die u door een telescoop kunt zien (bij uitstekende waarneemcondities) bepaalt de grensmagnitude van de telescoop. De grensmagnitude wordt rechtstreeks bepaald door de opening van de telescoop, hoe groter de opening, hoe zwakker de sterren die nog waarneembaar zijn.

Afkoelen

(stap terug)
Iets waar u als beginnende astronoom rekening mee moet houden is dat veel telescopen eerst moeten afkoelen voordat ze hun beste beeldkwaliteit leveren. Een telescoop is in de meeste gevallen een buis, met daarin lenzen of spiegels. In deze gevallen is er in de buis een redelijke hoeveelheid lucht gevangen. Wanneer u een telescoop op een koude nacht vanuit uw warme woonkamer naar buiten neemt, dan zal de lucht in de telescoop warmer zijn dan de buitenlucht. Hierdoor heeft de gevangen lucht de neiging om op te stijgen en te gaan wervelen. Dit wervelen heeft een negatief effect op de scherpte van het beeld. Net als warme lucht die trilt boven een heet oppervlak en daardoor het beeld doet "zwemmen", zorgt de warme lucht in uw telescoop voor hetzelfde waterige beeld door uw telescoop. Het is daarom verstandig om uw telescoop eerst af te laten koelen, zodat de lucht in de telescoop dezelfde temperatuur heeft als de buitenlucht. Zodra het temperatuurverschil weg is, zal ook het wervelen van de lucht in uw telescoop stoppen, waardoor u wel scherpe beelden krijgt.

Montering

(stap terug)
Omdat een telescoop altijd een vergroot beeld weergeeft, is het lastig om een telescoop zo stil te houden dat het beeld niet wiebelt. Daarom bestaat de noodzaak om een telescoop te plaatsen op een vast object, waardoor hij niet beweegt en het waarnemen aanzienlijk comfortabeler wordt. Dat vaste object wat zorgt voor het stilhouden van een telescoop wordt een "montering" genoemd. Hoewel er allerlei soorten en maten monteringen zijn vallen ze over het algemeen terug op twee principes; het altitude-azimutale (hoog-laag, links-rechts) principe wat u ook kent van een fotostatief, en het equatoriale principe, ook wel parallactisch genoemd. Verderop in deze keuzehulp wordt er verder ingegaan op deze twee typen monteringen. Hier volstaat de opmerking dat een altitude-azimutale (AltAz) montering voor beginners veel eenvoudiger onder de knie te krijgen is dan het equatoriale type.

Coatings

(stap terug)
XLT, starbright, multicoated... Wat betekent het nou allemaal?
Coatings zijn doorzichtige lagen van speciaal materiaal bovenop het glas van lenzen en spiegels. Met deze speciale lagen kan men bijvoorbeeld voorkomen dat het glas reflecteert of krast. Bij telescopen, verrekijkers en oculairs worden coatings meestal toegepast om reflecties te voorkomen en de lichtdoorlaatbaarheid (transmissie) van lenzen te verhogen, of in het geval van spiegels, het spiegelend vermogen te verhogen. Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, het is inderdaad mogelijk om glas meer licht doorlaatbaar te maken door er een extra laag van een speciaal materiaal op aan te brengen! Coatings zijn erg nuttig en daarom worden ze ook bijna altijd in één of andere vorm toegepast. Hieronder een korte beschrijving van de meest voorkomende coatings

StarBright XLT en UHTC
De termen StarBright XLT en UHTC zijn merknamen die fabrikanten gegeven hebben aan hun speciale combinatie van lagen om de doorlaatbaarheid van hun lenzen te verhogen. In de meeste gevallen doen die coatings allemaal ongeveer hetzelfde, u hoeft alleen te onthouden dat lenzen of spiegels met die speciale coatings wel degelijk een voordeel hebben ten opzichte van lenzen en spiegels zonder een speciale coating!
Multicoated
De term multicoated wordt meestal gebruikt als de belangrijkste lenzen of spiegels van een optisch instrument van een speciale coating zijn voorzien.

Fully multicoated
Deze term wordt gebruikt als alle lenzen of spiegels van een optisch instrument van een speciale coating zijn voorzien.

Telescoop typen

(stap terug)
In de loop der tijd zijn er een aantal verschillende typen telescopen ontwikkeld. Het begon allemaal ongeveer 400 jaar geleden met een Nederlandse opticien die een aantal verschillende lenzen combineerde en daardoor een vergroot beeld kon produceren. Deze combinatie van lenzen vatte hij in een buis en dacht daarmee een instrument gemaakt te hebben waar de marine toentertijd een groot voordeel mee kon doen. Met het instrument was het namelijk mogelijk om al op grote afstanden de bewegingen van vijandelijke zeeschepen waar te nemen. Aan het bekijken van sterren werd toen nog niet eens gedacht. Het basisprincipe van die eerste telescoop is tegenwoordig echter nog steeds in gebruik. Daarnaast zijn er door andere grote namen uit de historie nog meer telescopen uitgevonden. De drie basistypen zullen wij hier uitleggen.

Refractors (lenzentelescopen)

(stap terug)
Dit type telescoop is het oudste type. Het maakt gebruik van in diverse vormen geslepen lenzen om het licht te bundelen tot één punt, het brandpunt. Als vervolgens een oculair gebruikt wordt kan dit gebundelde licht vergroot worden. Lenzen breken licht en het breken van licht wordt ook wel refractie genoemd, vandaar de term "refractor". Refractors bestaan grofweg in drie categorien, de enkel lenzige, de achromaten en de apochromaten. Enkel lenzige telescopen gebruiken, zoals de naam al suggereert een enkele lens om het licht te bundelen. Dit type telescoop wordt tegenwoordig niet meer gemaakt omdat het buitengewoon veel last heeft van chromatische aberratie (AC), ook wel kleurfout genoemd. Dit zorgt voor lelijke oranje en violette spookbeelden aan de randen van waargenomen objecten. Om deze hinderlijke fout te corrigeren wordt vaak een tweede lens toegepast, telescopen met zo'n tweede lens noemt men "achromaten". Hoewel de kleurfout met twee lenzen behoorlijk terug te dringen is, blijft hij toch in een bepaalde mate aanwezig. Om ook dit laatste beetje van de kleurfout te kunnen corrigeren wordt vaak nog een derde, of zelf een vierde lens toegepast. Lenzentelescopen met een dergelijke drie of meerlenzig systeem heten "apochromaten". Sommige fabrikanten bestempelen hun twee lenzige refractors ook wel eens met de classificatie "apochromaat". In die gevallen bestaan de twee lenzen uit glas van een uitzonderlijk hoge kwaliteit, waardoor de mate van kleurcorrectie die van een drie lenzige apochromaat benadert. Deze uitzonderlijk hoge kwaliteit lenzen wordt vaak aangeduid met "ED", wat staat voor "extra low dispersion". Een goede apochromaat heeft nagenoeg geen waarneembare kleurfout meer. Uiteraard komt een dergelijke beeldkwaliteit met een bijbehorend prijskaartje. Hoe beter de correctie, hoe duurder de telescoop.

Schematische weergave van een achromatische (boven) en een apochromatische (onder) telescoop:


Voordelen, nadelen en toepassingsgebieden van refractors
Voordelen Nadelen Toepassingsgebied
  • Zeer scherpe beelden
  • Zeer contrastrijke beelden
  • Geen collimatie nodig
  • Meestal compact gebouwd
  • Hoeft niet af te koelen
  • Kleurfout
  • Relatief kleine opening
  • Relatief duur
  • Relatief lage vergrotingen
  • Maan, planeten en kometen
  • Groot veld sterrenbeeld waarneming
  • Groot veld DeepSky astrofotografie
  • Zon waarneming
  • Heldere DeepSky objecten

Directe links naar refractor telescopen in de Ganymedes webshop

Reflectors (spiegeltelescopen)

(stap terug)
In tegenstelling tot refractors werken de spiegeltelescopen, zoals de naam al suggereert, met spiegels. Het licht wordt in dit systeem niet gebundeld door middel van de breking van licht, maar juist door de reflectie van licht. Vandaar de term "Reflectors". De eerste reflector telescoop werd gebouwd door Sir Isaac Newton, de man van de zwaartekracht theorieën, en daarom worden dit type telescopen ook wel "Newton telescopen" genoemd (bovenste telescoop in het onderstaande schema). Een Newton telescoop bevat over het algemeen twee spiegels. Een holle hoofdspiegel die het licht opvangt, bundelt en weerkaatst naar een tweede vlakke spiegel voor in de telescoop. Dit kleine vlakke spiegeltje wordt ook wel de secundaire spiegel genoemd en heeft als functie de lichtbundel onder een hoek van 90 graden uit de buis te leiden. Newton telescopen zijn erg populair en dat komt omdat ze meestal een grote opening hebben en relatief goedkoop zijn. De grote opening is mogelijk omdat hoge kwaliteit spiegels eenvoudiger in grote formaten te produceren zijn dan lenzen. Daarbij heeft een reflector geen last van chromatische aberratie (kleurfout) zoals refractors die hebben, bij de reflectie van licht treedt deze fout namelijk niet op. Hoewel een spiegeltelescoop van zichzelf geen kleurfout heeft, kan deze wel geïntroduceerd worden door slechte kwaliteit oculairs, in een oculair zitten immers lenzen. De kwaliteit van een reflector telescoop is voor een groot deel afhankelijk van de vorm van de spiegel. Er komen twee soorten spiegels voor in Newton telescopen, sferische spiegels en asferische spiegels. Voor telescopen met een kleine opening volstaat meestal de eenvoudiger te produceren sferische spiegel, maar bij grote openingen is een asferische spiegel beter. Hoewel de reflector telescopen grote openingen hebben voor weinig geld, is het niet allemaal rozegeur en maneschijn, er zitten ook een paar nadelen aan dit type telescoop.

Het eerste nadeel is het feit dat de secundaire spiegel een deel van het binnenvallende licht blokkeert, hij hangt immers in de weg. Eigenlijk is niet de gehele opening van de Newton telescoop beschikbaar voor het opvangen van licht. Doordat een deel van het licht geblokkeerd wordt door de secundaire spiegel is het contrast van het beeld wat een Newton telescoop geeft iets minder dan bij een refractor met dezelfde opening. In de praktijk merk je hier echter niets van, omdat de opening van een Newton zoveel groter is dan die van de meeste refractors. Toch is een Newton telescoop met een zo klein mogelijke "obstructie" te prefereren.

Een tweede nadeel komt voort uit de manier waarop de hoofdspiegel en de secundaire spiegel in de telescoopbuis gemonteerd zijn. Omdat de spiegels van een Newton telescoop over het algemeen redelijk groot zijn, zijn ze nogal onderhevig aan thermische expansie, het krimpen en uitzetten van het glas onder invloed van de temperatuur. Als een spiegel ongehinderd in alle richtingen kan uitzetten en krimpen, dan heeft dit geen grote invloed op de beeldkwaliteit, maar het maakt het wel lastig om de spiegel vast in de buis te monteren. Zou een spiegel namelijk stevig vastgezet worden, dan zal de spiegel vervormen als hij uitzet of krimpt, en dat heeft wel een hele grote invloed op de beeldkwaliteit. De spiegel moet dus enigszins zwevend gemonteerd worden. Helaas is deze zwevende ophanging nogal gevoelig voor schokken en bewegingen waardoor de spiegel in de loop der tijd enigszins uit het lood kan komen te hangen ten opzichte van de secundaire spiegel. Daarom moet een Newton telescoop periodiek uitgelijnd worden, iets wat "collimeren" genoemd wordt. Hoewel collimeren op zich geen moeilijke klus is, kan dit toch nogal ingewikkeld overkomen voor een beginnende sterrenkijker. Gelukkig zijn er goede gereedschappen om deze klus eenvoudiger te maken.

Een derde nadeel heet "coma". Dit is een optische afwijking die optreedt bij hoofdspiegels met een zeer korte brandpuntsafstand. Zodra een spiegeltelescoop een lager F-getal dan 4 heeft, dan wordt deze afwijking hinderlijk zichtbaar. Vanaf een F-getal van 5 kan coma redelijk gecorrigeerd worden door goede kwaliteit oculairs te gebruiken, maar onder F5 wordt een zogenaamde comacorrector aangeraden.

Het tweede type spiegeltelescoop is de Cassegrain telescoop, dit type telescopen zijn vrij zeldzaam. De optische constructie van deze telescoop is uitgevonden door meneer Cassegrain. Ook de Cassegrain spiegeltelescoop heeft een open buis met voorin een kleine spiegel. Maar in dit ontwerp kaatst de secundaire spiegel de lichtbundel niet onder een hoek van 90 graden de buis uit, maar kaatst het de lichtbundel juiste terug naar de hoofspiegel. Om het uiteindelijke beeld te kunnen bekijken is een gat in het midden van de hoofdspiegel gemaakt waardoor de lichtbundel naar buiten kan treden. Om het beeld scherp te stellen kan de hoofdspiegel bewogen worden ten opzichte van de secundaire spiegel, of er is achteraan de telescoop een "normale" focusser gemonteerd waarmee het oculair bewogen kan worden.

Schematische weergave van een Newton reflector (boven) en een Cassegrain reflector (onder) telescoop:



Voordelen, nadelen en toepassingsgebieden van reflectors
Voordelen Nadelen Toepassingsgebied
  • Grote opening
  • Hoog scheidend vermogen
  • Hoge grensmagnitude
  • Relatief goedkoop
  • Geen kleurfout
  • Regelmatig collimeren
  • Zeker 30 minuten afkoelen
  • Coma bij lage F-getallen
  • Relatief lage vergrotingen
  • Focusser soms moeilijk bereikbaar
  • Zwakke DeepSky objecten
  • Groot veld sterrenbeeld waarneming
  • Groot veld DeepSky waarneming
  • Groot veld DeepSky astrofotografie
  • Waarnemen van dubbelsterren


Directe links naar reflector telescopen in de Ganymedes webshop

Catadioptrisch (combinatie van lenzen en spiegels)

(stap terug)
Catadioptrisch is eigenlijk een moeilijk woord voor "combinatie van lenzen en spiegels". In catadioptrische telescopen heeft men geprobeerd de voordelen van zowel reflectors als refractors te vangen in één telescoop. In vrijwel alle gevallen bevat een catadioptrische telescoop een grote lens in de opening van de buis en een grote sferische hoofdspiegel aan het einde van de buis, zie afbeelding hieronder.

Schematische weergave van een Schmidt-Cassegrain (boven) en een Maksutov-Cassegrain (onder) telescoop:


De grote, apart gevormde, lens in de opening van de Schmidt-Cassegrain telescoop (SCT) wordt gebruikt om de optische afwijkingen van de sferische hoofdspiegel te compenseren. Omdat er een sferische spiegel gebruikt wordt, treedt er in een SCT geen coma op. De apart gevormde lens van de SCT (meniscuslens) is redelijk moeilijk te vervaardigen, daarom heeft meneer Maksutov een eigen versie uitgevonden die uitsluitend sferische vormen gebruikt, hierdoor is de fabricage van een Maksutov-Cassegrain eenvoudiger en goedkoper. Ook in het Maksutov-Cassegrain ontwerp komt geen coma voor.

Het scherpstellen gebeurt in een catadioptrische telescoop meestal door het bewegen van de hoofdspiegel ten opzichte van de secundaire spiegel. Het is daarbij van groot belang dat de stand van de hoofdspiegel bij het bewegen niet verandert ten opzichte van de secundaire spiegel, enige afwijking zorgt ervoor dat het beeld niet op alle plaatsen even scherp is. Het veranderen van de stand van de hoofdspiegel ten opzichte van de secundaire spiegel wordt ook wel "mirror-flop" genoemd en bijna alle catadioptrische telescopen hebben er in zekere mate last van.

Omdat de lichtbundel een aantal keren heen en weer gekaatst wordt, heeft een catadioptrische telescoop meestal een lang brandpunt, terwijl de telescoop toch vrij compact blijft. Het lange brandpunt stelt een catadioptrische telescoop in staat om hoge vergrotingen te bereiken, iets wat erg handig is bij het waarnemen van planeten en andere objecten die sterk vergroot moeten worden. Tegelijkertijd maakt deze hoge vergroting de catadioptrische telescopen minder geschikt voor het waarnemen van grote nevels of andere hemelobjecten die een groot deel van de hemel beslaan.

Een ander nadeel van catadioptrische telescopen is het feit dat ze een grote hoeveelheid lucht gevangen houden in de buis, de grote lens verhindert de lucht immers om te ontsnappen. Hierdoor duurt het erg lang voordat een catadioptrische telescoop volledig afgekoeld is, u moet hierbij denken aan zeker een uur.

Voordelen, nadelen en toepassingsgebieden van catadioptrische telescopen
Voordelen Nadelen Toepassingsgebied
  • Grote opening
  • Geen coma
  • Bijna geen collimatie nodig
  • Meestal compact gebouwd
  • Hoog scheidend vermogen
  • Hoge grensmagnitude
  • Hoge vergrotingen
  • Hoge vergrotingen
  • Lange afkoel tijd
  • Mirror-flop
  • Maan, planeten en kometen
  • Hoge vergroting DeepSky waarneming (bolhopen, sterrenstelsels)
  • Hoge vergroting DeepSky astrofotografie (bolhopen, sterrenstelsels)
  • Waarnemen van dubbelsterren


Directe links naar catadioptrische telescopen in de Ganymedes webshop


Montering typen

(stap terug)
Monteringen zijn bedoeld om uw telescoop zo stabiel mogelijk vast te houden en zo makkelijk mogelijk te richten. Stabiliteit is belangrijk omdat bij hogere vergrotingen een kleine beweging van de telescoop al voor een wild schuddend beeld kan zorgen. Het eenvoudig kunnen richten is belangrijk omdat men anders de mooie objecten niet in beeld kan krijgen. Maar een andere eigenschap is eigenlijk nog veel belangrijker: de mogelijkheid om sterren te volgen. Om dit te begrijpen moeten we eerst iets uitleggen over de beweging van de sterren.

Als u 's nachts enige tijd naar boven kijkt, dan zult u merken dat de sterren niet stil aan de hemel staan, maar langzaam een boog van het oosten naar het westen over de hemel beschrijven.



In werkelijkheid zijn het niet de sterren die over de hemel bewegen, maar is het de aarde die onder de sterren doordraait. Als u door uw telescoop naar een ster kijkt dan zult u ook zien dat die ster langzaam naar de rand van het beeldveld beweegt en vervolgens zelfs uit het beeld verdwijnt. Hoe hoger de gebruikte vergroting, hoe sneller de ster uit het beeld verdwijnt! Dat maakt het bekijken van sterren er natuurlijk niet eenvoudiger op... Daarom zijn de meeste monteringen uitgerust met een mogelijkheid om de sterren in beeld te houden.

Altitude-Azimutale montering (AltAz)

(stap terug)
De altitude-azimutale montering laat een telescoop bewegen om de horizontale en verticale as. Simpel gezegd, links-rechts en hoog-laag. Dit zijn bewegingen die heel natuurlijk zijn en dus voor beginnende sterrenkijkers makkelijk onder de knie te krijgen. AltAz monteringen komen in vele vormen voor, van eenvoudig tot complex, zoals met een enkele hoog-laag arm;



Een dubbele hoog-laag arm;

Of zelfs zeer geavanceerde computergestuurde versies:


Ze hebben allemaal gemeen dat ze eenvoudig te richten zijn omdat ze bewegen rond assen die wij als "natuurlijk" en simpel ervaren. Daarnaast is een AltAz montering ook eenvoudig op te stellen en snel in gebruik te nemen. Ze zijn alleen niet erg goed in het volgen van sterren, ze kunnen het wel, alleen met een aantal kanttekeningen. Omdat een ster een boog over de hemel beschrijft, beweegt hij een beetje in een schuine, diagonale richting. Een AltAz montering kent geen "schuin", alleen links-recht en omhoog-omlaag. Dat betekent dat als u de ster in beeld wilt houden, u de telescoop altijd een beetje horizontaal en verticaal zult moeten bewegen. Hierdoor is het heel moeilijk om een vloeiende beweging en dus een vloeiende volging te krijgen, iets wat vooral bij astrofotografie toch wel belangrijk is. Een tweede probleem wat de AltAz montering ondervindt is "field rotation" oftewel beeldverdraaiing. Omdat de sterren een boog over de hemel beschrijven lijken zij ook om elkaar heen te draaien als je een enkele ster als richtpunt neemt. Een beetje zoals bij de mooie bergenfoto hierboven (alleen in mindere mate). Omdat de telescoopbuis bij een AltAz montering niet om zijn lengteas kan draaien, kan hij deze beeldverdraaiing helaas niet compenseren, wat een minpuntje is voor astrofotografie.

Voordelen, nadelen en toepassingsgebieden van AltAz monteringen
Voordelen Nadelen Toepassingsgebied
  • Eenvoudig op te stellen
  • Natuurlijke bewegingen
  • Geen speciale uitlijning
  • Vloeiend volgen is lastig
  • Beeldverdraaiing bij lange belichtingen
  • Visueel waarnemen
  • Astrofotografie met korte belichtingen

Equatoriale montering (EQ)

(stap terug)
De equatoriale montering bezit net als de AltAz montering twee assen waarom de telescoop kan bewegen. Echter, deze assen zijn op een speciale manier gepositioneerd. Een van de assen, de uur-as of ook wel RA-as genoemd, wordt in het verlengde van de rotatieas van de aarde geplaatst. Deze as wijst dus naar de hemelnoordpool, dicht bij de ster Polaris (Poolster). De andere as, de Declinatie-as (Dec-as) staat vervolgens loodrecht op de RA-as.



Waarom van die rare hoeken, zult u wellicht denken. Hoewel de stand van de assen verre van natuurlijk aanvoelen, heeft het wel een groot voordeel. Als u de telescoop richt op een ster aan de hemel, dan hoef u de telescoop slechts om de RA-as te bewegen om een ster te volgen! Als u de telescoop langzaam om de RA-as draait, dan kunt u de ster eenvoudig en nauwkeurig in beeld houden. Om andere sterren in beeld te krijgen draait u de telescoop om beide assen, als een geschikte ster in beeld is, wordt de DEC-as vastgezet en kunt u weer langzaam aan de RA-as draaien om de ster te volgen. Een EQ montering kan de sterren heel precies en met dezelfde boog over de hemel volgen. Dit is met name belangrijk voor astrofotografie met lange belichtingstijden. De montering kan de sterren alleen precies volgen als de RA-as heel nauwkeurig is uitgelijnd op de hemelpool. Dit nauwkeurig uitlijnen gebeurt met een zogenaamde poolzoeker, een vereist stukje gereedschap als u met astrofotografie wilt beginnen.

Vaak wordt een equatoriale montering aangeduid met de letters EQ gevolgd door een cijfer. De cijfers zijn een globale indicatie van hoe sterk een montering is en zij lopen over het algemeen van 1 tot 6. Hieronder een voorbeeld van een (lichte) EQ-1 montering:


En dan voor de vergelijking een voorbeeld van een (zware) EQ-6 montering:


Het is direct duidelijk dat een EQ-6 montering veel groter (en sterker) is dan de EQ-1 montering. De sterkte van een EQ montering bepaalt hoe zwaar de telescoop kan zijn die u er op plaatst. Een te zware telescoop op een te lichte montering is niet langer stabiel en zal bij de geringste aanraking gaan wiebelen en trillen. De meest gebruikte equatoriale monteringen zijn van het type 5 omdat zij een goede verhouding bieden tussen draagkracht, verplaatsbaarheid en prijs. Uitgebreidere EQ-monteringen zijn uitgerust met een motor die de RA-as aandrijft, de snelheid waarmee de motor de RA-as aandrijft is dusdanig afgesteld dat de montering de sterren exact volgt. Hierdoor hoeft u niets meer te doen om een ster in beeld te houden.

Voor het goed functioneren van een equatoriale montering is het belangrijk om het gewicht van de gemonteerde telescoop te compenseren met de tegengewichten, het zogenaamde balanceren. Als een equatoriale montering uit balans is zal deze de neiging hebben om vanzelf in een bepaalde richting te draaien, wat schadelijk kan zijn voor eventuele volgmotoren.

Voordelen, nadelen en toepassingsgebieden van equatoriale monteringen
Voordelen Nadelen Toepassingsgebied
  • Eenvoudig volgen van de sterren
  • Uit te rusten met volgmotoren
  • Geen beeldverdraaiing bij volgen
  • Lastig op te stellen
  • Balanceren nodig
  • Pooluitlijning nodig voor goede werking
  • Relatief duur
  • Visueel waarnemen
  • Astrofotografie met korte belichtingen
  • Astrofotografie met lange belichtingen


Dobson montering

(stap terug)
Een goede montering voor een telescoop is in het verleden altijd vrij kostbaar geweest. Daardoor was een telescoop niet voor iedereen betaalbaar. In de jaren 50 kwam daar echter verandering in toen meneer John Dobson een eenvoudige montering uitvond op basis van de constructie voor kanonnen. De Dobson montering is eigenlijk een AltAz montering, maar dan in een duidelijk andere vorm, hieronder een voorbeeld van een Dobson montering:


U ziet in de afbeelding dat een Dobson montering de eenvoud zelve is, een rond draaiplateau met daarop een soort kist met gleuven, waarin de telescoopbuis kan scharnieren. De telescoop wordt gericht door de telescoopbuis met de hand in de juiste richting te duwen. Hoewel dit allemaal wel heel primitief klinkt, werkt het bijzonder goed! Een Dobson telescoop is in twee minuten op te stellen en in gebruik te nemen, ideaal voor korte waarneemsessies. Dobson's hebben een bijzonder hoge prijs/prestatie verhouding. Omdat de montering zo eenvoudig is kan er meer geld besteed worden aan de telescoopbuis, waardoor deze een grotere opening en betere kwaliteit optiek kan hebben. De eenvoudige constructie verhindert echter het gebruik van motoren, waardoor een "Dob" de sterren niet automatisch kan volgen.

Voordelen, nadelen en toepassingsgebieden van dobson monteringen
Voordelen Nadelen Toepassingsgebied
  • Bijzonder eenvoudig op te stellen
  • Natuurlijke bewegingen
  • Geen speciale uitlijning nodig
  • Goedkoop
  • Vloeiend volgen met de hand is lastig
  • Geen volgmotoren mogelijk
  • Vlakke ondergrond nodig
  • Visueel waarnemen

GOTO monteringen

(stap terug)
Om het opzoeken en volgen van sterren te vereenvoudigen, hebben veel telescoopfabrikanten de hierboven beschreven typen monteringen voorzien van twee motoren en een handcomputer.

De handcomputer kan, door middel van sensoren op de assen, meten hoeveel zij precies verdraaien. De handcomputer bevat de hemelcoordinaten van vele duizenden sterren, sterrenstelsels en andere hemelobjecten. Hoewel GOTO systemen heel slim zijn, moeten hen wel verteld worden waar bepaalde sterren staan voordat zij goed kunnen functioneren. Hierbij is de tijd en de exacte positie op aarde erg belangrijk. Met die twee gegevens kan de handcomputer namelijk berekenen hoe de sterrenhemel boven uw hoofd er ongeveer uitziet. Als u de handcomputer vervolgens met de telescoop ook nog eens drie bekende sterren aanwijst, dan kan hij u vervolgens elk gewenst hemelobject precies laten zien. GOTO systemen kunnen u een hoop zoekwerk uit handen nemen, maar vereisen toch nog steeds een basiskennis van de sterrenbeelden en heldere sterren. Met een GOTO systeem bent u ook altijd afhankelijk van elektriciteit, uit batterijen danwel uit andere bronnen. Vaak is het ook mogelijk om het GOTO systeem te verbinden met een PC, dan kunt u in een planetariumprogramma een object aanwijzen en vervolgens de telescoop daarop laten richten!

Een bijzondere versie van het GOTO systeem is het zogenaamde PUSH-TO systeem en wordt eigenlijk alleen toegepast op die hierboven beschreven Dobson montering. Een PUSH-TO systeem heeft net als een GOTO systeem een handcomputer en sensors op de assen om de verdraaiing te meten. Een PUSH-TO systeem heeft echter geen motoren!


De motoren in het PUSH-TO systeem bent u zelf! U dient de aanwijzingen van de handcomputer op te volgen en op die manier de telescoopbuis te richten op de gekozen objecten. Deze aanwijzingen geeft de handcomputer u door middel van pijlen of getallen op het scherm. Ook het PUSH-TO systeem moet uitgelijnd worden met drie bekende sterren.

Voordelen, nadelen en toepassingsgebieden van GOTO monteringen
Voordelen Nadelen Toepassingsgebied
  • Weinig kennis nodig van de sterrenhemel.
  • Zoekt objecten voor u op.
  • Toont u ook objecten die u niet met het blote oog kan zien.
  • Heeft vaak een tour mogelijkheid
  • Enige kennis van de hemel is vereist
  • Altijd elektriciteit nodig
  • Enig gevoel voor techniek is handig
  • Alle


Optische afwijkingen

(stap terug)

Chromatische aberratie

(stap terug)
Chromatische aberratie is een optische fout van lenzen en lenzensystemen die ontstaat doordat licht van verschillende golflengten door de lens niet in dezelfde mate wordt afgebogen. Hierdoor ontstaan lelijke gekleurde spookbeelden langs objecten met een groot contrast ten opzichte van hun achtergrond.



De oorzaak van deze spookbeelden is dispersie, een materiaaleigenschap van glas en van andere optische media. Het getal van Abbe is een maat voor de dispersie van een optisch medium. Wanneer licht door een telescoop gaat, moeten alle stralen uit een hemelobject samenkomen in één punt in de afbeelding. Stralen met verschillende golflengten zullen in het algemeen in verschillende punten gefocusseerd worden. In het afbeeldingsvlak wordt dit zichtbaar. Dit effect is vaak erger aan de randen van het beeld dan op de optische as van het afbeeldingssysteem. Door samengestelde lenzen te maken van lenzen met onderling tegengestelde chromatische aberraties zullen die elkaar grotendeels opheffen. Voor de corrigerende lens wordt flintglas met een hoge brekingsindex en een hoge dispersie gebruikt. Een composietlens die de beelden voor twee kleuren corrigeert heet een 'achromaat' en een die voor meer kleuren corrigeert heet een 'apochromaat'. Vaak worden in apochromaten duurdere glassoorten gebruikt, waardoor ze meer kosten dan achromaten. De kleur paars (golflengte ca. 400 nm) ligt aan de rand van het zichtbare spectrum, terwijl vaak wordt ontworpen voor optimale scherpte in het midden daarvan (ca. 600 nm).

De figuur hieronder toont een voorbeeld van een enkelvoudige (dus ongecorrigeerde) lens. Aan de gekleurde lijnen is te zien dat het blauwe gedeelte van het licht op een heel ander punt samenkomt dan het rode gedeelte. Hierdoor is het niet mogelijk een volledig scherp beeld te krijgen en zal altijd een deel van het licht "wollig" weergegeven worden, hetgeen zich uiteindelijk uit in het gekleurde spookbeeld.



De volgende figuur toont een lenzensysteem dat bestaat uit meerdere lenzen, in dit geval twee. De tweede lens corrigeerde de buiging van het licht veroorzaakt door de eerste lens, door het licht enigszins terug te buigen.
De terugbuiging van de tweede lens zorgt ervoor dat het blauwe en rode gedeelte van het licht weer dichter in de buurt van het groene licht samenkomen. Een dergelijk tweevoudig lenzensysteem wordt een achromaat genoemd, in dit geval is door het gebruik van speciaal glas (ED glas) de terugbuiging zo goed dat er over een apochromaat gesproken mag worden.

Coma

(stap terug)
Coma klinkt raar, maar het is een beeldfout die veroorzaakt wordt door asymmetrie in een optisch systeem. Coma (van het Latijnse coma: haar) kan zowel bij lenzen en lenzensystemen als bij spiegeloptiek optreden. Door coma worden beeldpunten buiten de optische as niet puntvormig maar meer komeetvormig afgebeeld, en wel des te sterker naarmate ze zich verder van de optische as bevinden.

Coma in een enkelvoudige lens of een lenzensysteem kan gecorrigeerd worden door de juiste kromming van de lensoppervlakken of spiegeloppervlakken te kiezen. Een zorgvuldiger geproduceerde spiegel of lens produceert dus minder coma. Maar zorgvuldiger betekent direct ook duurder, waardoor meestal een compromis gemaakt wordt tussen prijs en prestaties. Een lens of spiegel waarin zowel coma als sferische aberratie zijn gecorrigeerd heet een aplanaat. Coma treedt in sterke mate op bij lichtsterke Newton-telescopen omdat daar parabolische spiegels gebruikt worden. Om dat te verhelpen kan een coma-corrector worden gebruikt. Die wordt meestal geplaatst tussen oculair en oculairhouder. Coma-correctors zijn bij ons verkrijgbaar.




Snelkeuze matrix

(stap terug)
Alle voor- en nadelen van de in deze keuzehulp beschreven telescopen en monteringen, zijn in onderstaand matrix nog even beknopt samengevat. Deze matrix is een algemene leidraad, maar niet allesomvattend. De matrix is gemaakt om absolute beginners enige houvast te geven bij hun keuze. Als u wat ervarener wordt in deze hobby, dan zult u merken dat er telescopen of monteringen zijn die moeilijk te plaatsen zijn in onderstaande matrix. De zogenaamde uitzonderingen die de regel bevestigen. Een groen vinkje geeft in onderstaande matrix aan dat de telescoop of montering geschikt is voor de betreffende toepassing, een blauw golfje geeft aan dat de toepassing mogelijk is, maar niet ideaal. Een rood kruisje geeft uiteraard aan dat de telescoop of montering ongeschikt is voor de betreffende toepassing.





















Telescoop snelkeuze
Voor welke objecten wilt u de telescoop gaan gebruiken?
















U wilt planeten waarnemen. (stap terug)
Hieronder de typen telescopen die geschikt zijn voor deze toepassing, maak een keuze:
Refractor Catadioptrisch
Een refractor heeft voldoende opening en scheidend vermogen voor het waarnemen en fotograferen van planeten. Let er wel op dat een hoge vergroting vereist is, kies daarom voor een refractor met een lange brandpuntsafstand, of voor een hoge kwaliteit refractor in combinatie met een goede barlow lens. Een catadioptrische telescoop heeft voldoende opening en scheidend vermogen voor het waarnemen en fotograferen van planeten. De benodigde hoge vergroting wordt direct bereikt door de lange brandpuntsafstanden van catadioptrische telescopen. Let er wel op dat dit type telescopen vaak langzaam afkoelen.
















U wilt de maan waarnemen. (stap terug)
Hieronder de typen telescopen die geschikt zijn voor deze toepassing, maak een keuze:
Refractor Catadioptrisch
Een refractor heeft voldoende opening en scheidend vermogen voor het waarnemen en fotograferen van de maan. Let er wel op dat voor het zien van oppervlaktedetails een hoge vergroting vereist is, kies daarom voor een refractor met een lange brandpuntsafstand, of voor een hoge kwaliteit refractor in combinatie met een goede barlow lens. Een catadioptrische telescoop heeft voldoende opening en scheidend vermogen voor het waarnemen en fotograferen van de maan. De benodigde hoge vergroting voor het zien van oppervlaktedetails wordt direct bereikt door de lange brandpuntsafstanden van catadioptrische telescopen. Let er wel op dat dit type telescopen vaak langzaam afkoelen.
















U wilt Nevels waarnemen. (stap terug)
Hieronder de typen telescopen die geschikt zijn voor deze toepassing, maak een keuze:
Refractor Reflector
Een refractor met een korte brandpuntsafstand geeft een groot beeldveld waardoor grote nevels zoals de sluier nevel of de California nevel in hun geheel in het beeldveld passen. Omdat nevels over het algemeen lichtzwak zijn wordt een refractor met een zo'n groot mogelijke opening aangeraden! Voor het fotograferen van nevels is de opening minder van belang, maar is het aan te raden om voor een refractor met een zo laag mogelijke kleurfout te kiezen (apochromaat) i.v.m. lange belichtingstijden, waardoor de kleurfout bij zwakke sterren al zichtbaar wordt. Een reflector telescoop heeft over het algemeen een grote opening waardoor ook lichtzwakke nevels zichtbaar worden. Kies voor een snelle reflector (F6 of lager) voor een groot beeldveld zodat grote nevels in hun geheel in beeld te krijgen zijn. Een snelle reflector zorgt voor korte belichtingstijden bij astrofotografie, waardoor volgfouten minder snel zichtbaar zijn en een minder nauwkeurige montering nodig is.
















U wilt Open sterrenhopen waarnemen. (stap terug)
Hieronder de typen telescopen die geschikt zijn voor deze toepassing, maak een keuze:
Refractor Reflector
Een refractor met een korte brandpuntsafstand geeft een groot beeldveld, waardoor open sterrenhopen zoals de Pleijaden in hun geheel in het beeldveld passen. Voor het fotograferen van open sterrenhopen is het aan te raden om voor een refractor met een zo laag mogelijke kleurfout te kiezen (apochromaat) i.v.m. lange belichtingstijden, waardoor de kleurfout bij zwakke sterren al zichtbaar wordt. Kies voor een snelle reflector (F6 of lager) om een groot genoeg beeldveld te verkrijgen zodat open sterrenhopen zoals de Pleijaden in hun geheel in beeld te krijgen zijn. Een snelle reflector zorgt voor korte belichtingstijden bij astrofotografie, waardoor volgfouten minder snel zichtbaar zijn en een minder nauwkeurige montering nodig is.
















U wilt Bolvormige sterrenhopen waarnemen. (stap terug)
Hieronder de typen telescopen die geschikt zijn voor deze toepassing, maak een keuze:
Reflector Catadioptrisch
Een reflector heeft over het algemeen een grote opening, waardoor er genoeg scheidend vermogen is om afzonderlijke sterren in bolhopen waar te nemen. Om een bolhoop beeldvullend te krijgen is een redelijk hoge vergroting vereist, kies daarom bij voorkeur voor een reflector met een lange brandpuntsafstand. De grote opening zorgt er tevens voor dat ook zwakke bolhopen zichtbaar zijn. Een reflector met een lange brandpuntsafstand vergt bij astrofotografie een nauwkeurige montering. De lange brandpuntsafstanden van catadioptrische telescopen zorgen ervoor dat een bolhoop eenvoudig beeldvullend te krijgen is. Omdat catadioptrisch telescopen meestal over grote opening beschikken hebben ze voldoende scheidend vermogen om afzonderlijke sterren in bolhopen waar te nemen. Een catadioptrische telescoop vergt bij astrofotografie een nauwkeurige montering vanwege de lange brandpuntsafstand.
















U wilt Planetaire nevels waarnemen. (stap terug)
Hieronder de typen telescopen die geschikt zijn voor deze toepassing, maak een keuze:
Reflector Catadioptrisch
Een reflector met een grote opening is bij uitstek geschikt om zwakke objecten zoals planetaire nevels zichtbaar te maken. Kies voor een reflector met een lange brandpuntsafstand (F6 of hoger), eventueel in combinatie met een goede barlowlens, voor voldoende vergroting om details in planetaire nevels te kunnen onderscheiden. Een reflector met een lange brandpuntsafstand vergt bij astrofotografie een nauwkeurige montering. De lange brandpuntsafstanden van catadioptrische telescopen zorgen voor voldoende vergroting om details in planetaire nevels te kunnen onderscheiden. Omdat catadioptrisch telescopen meestal over een grote opening beschikken hebben ze voldoende lichtkracht om zwakke objecten zoals planetaire nevels zichtbaar te maken. Een catadioptrische telescoop vergt bij astrofotografie een nauwkeurige montering vanwege de lange brandpuntsafstand.
















U wilt sterrenstelsels waarnemen. (stap terug)
Hieronder de typen telescopen die geschikt zijn voor deze toepassing, maak een keuze:
Reflector Catadioptrisch
Een reflector met een grote opening is bij uitstek geschikt om zwakke objecten zoals sterrenstelsels zichtbaar te maken. Kies voor een reflector met een lange brandpuntsafstand (F6 of hoger), eventueel in combinatie met een goede barlowlens, voor voldoende vergroting om details in sterrenstelsels te kunnen onderscheiden. Een reflector met een lange brandpuntsafstand vergt bij astrofotografie een nauwkeurige montering. De lange brandpuntsafstanden van catadioptrische telescopen zorgen voor voldoende vergroting om details in planetaire nevels te kunnen onderscheiden. Omdat catadioptrisch telescopen meestal over een grote opening beschikken hebben ze voldoende lichtkracht om zwakke objecten zoals planetaire nevels zichtbaar te maken. Een catadioptrische telescoop vergt bij astrofotografie een nauwkeurige montering vanwege de lange brandpuntsafstand.
















U wilt dubbelsterren waarnemen. (stap terug)
Hieronder de typen telescopen die geschikt zijn voor deze toepassing, maak een keuze:
Reflector Catadioptrisch
Een reflector met een grote opening is zeer geschikt voor het scheiden van dubbelsterren, hoe groter de opening hoe makkelijker dubbelsterren te scheiden zijn. Kies voor een reflector met een lange brandpuntsafstand (F6 of hoger), eventueel in combinatie met een goede barlowlens, voor voldoende vergroting om dubbelsterren te kunnen onderscheiden. Een reflector met een lange brandpuntsafstand vergt bij astrofotografie een nauwkeurige montering. De lange brandpuntsafstanden van catadioptrische telescopen zorgen voor voldoende vergroting om dubbelsterren zonder extra hulpmiddelen te kunnen onderscheiden. Hoe groter de opening van de telescoop hoe makkelijker dubbelsterren te scheiden zijn. Een catadioptrische telescoop vergt bij astrofotografie een nauwkeurige montering vanwege de lange brandpuntsafstand.
















U heeft gekozen voor een refractor telescoop.
Ganymedes heeft voor u een sortering van refractors gemaakt op basis van budget.
Wat is uw budget?
Tot €500 Van €500 tot €1000 €1000 of meer















U heeft gekozen voor een reflector telescoop.(stap terug)
Ganymedes heeft voor u een sortering van reflectors gemaakt op basis van budget.
Wat is uw budget?
Tot €500 Van €500 tot €1000 €1000 of meer















U heeft gekozen voor een catadioptrische telescoop. (stap terug)
Ganymedes heeft voor u een sortering van catadioptrische telescopen gemaakt op basis van budget.
Wat is uw budget?
Tot €500 Van €500 tot €1000 €1000 of meer